Paradijs

Waarom zijn mannen beter in sport dan vrouwen? Die vraag houdt mij al geruime tijd bezig. Natuurlijk, mannen zijn sterker en hebben meer longinhoud, dus een groter uithoudingsvermogen. Ze lopen en fietsen sneller. En ze slaan en schoppen harder. Maar hoe zit het met sporten waarbij het niet aankomt op kracht en/of uithoudingsvermogen? Waarom zijn er geen (of nauwelijks) vrouwelijke autocoureurs, motorrijders of schakers om maar wat dwarsstraten te noemen? Moeten we daaruit concluderen dat mannen ook beter kunnen rijden en intelligenter of slimmer zijn? Dat mannen op alle fronten superieur zijn? Het zou kunnen, maar ik weiger dit te geloven. Heeft dit wellicht iets te maken met het “sterke” of “zwakke” geslacht?

Bij talloze diersoorten zijn de wijfjes het sterke geslacht; ze zijn sneller, sterker of groter dan hun mannelijke soortgenoten. De “zwarte weduwe” spin vreet haar partner zelfs op na de paring, tenminste als hij zich niet snel uit de voeten maakt en zeg nou zelf: wie is er dan nog snel? Er is ook een spinsoort (de naam ben ik kwijt) waarbij het piemeltje van het mannetje na de paring afbreekt en hij zodoende onvrijwillig wordt gecastreerd. Een goede anticonceptiemiddel overigens en best wel slim (hoewel erg wreed) van die vrouwtjesspinnen; hun partner gaat nooit meer vreemd. Waar blijf je dan met je theorie dat mannen het sterke en vrouwen het zwakke geslacht zouden zijn? Inderdaad, nergens. En waarom zou dat bij de mens anders zijn?

Ik denk dat ik daarop het antwoord heb gevonden.

Daarvoor moeten we terug in de tijd. Terug naar de tijd van Adam en Eva.

Tijdstip: een jaar na de Schepping. Lokatie: het volkstuintje van Adam en Eva.

Nog even voor alle duidelijkheid: Adam en Eva moesten wel met elkaar omgaan want er was niemand anders, dus er was ook niets te kiezen. Maar hielden ze wel van elkaar? Waren ze getrouwd, hokten ze  of hadden ze een LAT-relatie? In ieder geval waren ze elkaars gelijken.

Ik kan me niet voorstellen dat de Schepper tegen Adam heeft gezegd: “Adam, Gij zijt een man, verdeel en heers”. Of tegen Eefje: “Eva, Gij als vrouw zijt ondergeschikt aan de man, gehoorzaam en onderwerp U”. De vrouwen (een beetje) kennende zou ze dat nooit hebben gepikt. Adam en Eva waren straatarm. Pas veel later verkochten ze schoenen onder hun eigen merknaam. Om in hun primaire behoeften te kunnen voorzien hadden ze in het voorjaar wat gewassen gezaaid. Samen stonden ze de schamele oogst te bekijken.

“Volgens mien benne die suukerbiet’n nu wel goed”, zei Adam.

“Neu heur, nog niet”, antwoordde Eva. “Welles”. “Nietes”. “Swel”. “Snie”.

Afijn om een lang verhaal nog langer te maken: dat ging zo nog ’n hele tiet deur.

Plotseling kon Adam zich niet meer beheersen, trok een suukerbiet uut de grond en gaf Eva ermee een hens vur heur kop.

Ziehier het cruciale moment in de geschiedenis. Want wat gebeurde er? Inderdaad, niets! Ondanks het feit dat Eva van de verboden vrucht had gesnoept (wat mijns inziens niets te maken heeft met zwakte maar met een typisch vrouwelijke eigenschap namelijk hebben, hebben, hebben) was ze te goed voor deze wereld. Als Eva op haar beurt Adam flink had teruggemept had het er nu heel anders uitgezien. Dan zag de wereld er veel mooier uit met alleen maar vrouwensporten op de televisie zoals EK en WK damesvoetbal en de Tour de Frans voor dames. Waren wij, mannen, dan voor onze rechten opgekomen?

Hadden wij dan de emancipatie in beweging gezet, of liever gezegd, de evrouwcipatie?

Ik weet het niet. Ik heb zo mijn twijfels. We zullen het echter nooit weten.

De Fransman

Terug naar Fietsverhalen.