Het stalen ros

Heb ik jullie al verteld wat mij afgelopen zomer is overkomen?

Wel, het gebeurde op ’n snikhete zaterdagmiddag in augustus. De koperen ploert stond aan een azuurblauwe hemel te branden alsof zijn laatste dagen waren geteld. De hitte maakte alle kledingstukken overbodig, hoewel ik zelf altijd een zweethemd draag onder mijn wielershirt, al is het veertig graden. Met blote voeten in de toeclips moet ik jullie echter ten strengste afraden; dit wordt reeds na korte tijd zeer pijnlijk.

Ondanks de hitte zat de vaart er, zoals gewoonlijk, fortissimo in. Ik vroeg me juist af of ik bij “het Stalen Ros” een glas heerlijk helder gerstenat zou gaan nuttigen of bij de volgende uitspanning, toen ik voor me een persoon ontwaarde die mijn aandacht trok en mijn gedachten van het hemelse vocht afleidden, althans voor een wijle. Door mijn enigszins vertroebelde ogen zag ik dat deze figuur behoorlijk over het plaveisel slingerde. Spontaan gingen mijn gedachten naar een gerespecteerd clublid die ook regelmatig dergelijke capriolen placht uit te halen.

Mij werd allengs duidelijk dat hier iets niet in orde was. Net toen ik naast de persoon wilde gaan rijden viel deze met een doffe smak in de (gelukkig) zachte berm, waarna mij bijna de schellen van de ogen vielen; hoewel meer dood dan levend en met een vreemde teint op het aangezicht lag naast mij in het gras een zeer mooie en lieftallige jongedame. Gezien de penibele situatie waarin ze verkeerde was haar leeftijd moeilijk te schatten, maar mijn kennersblik en jarenlange ervaring met personen van generlei kunne zeiden mij dat ze een late twintiger, vroege dertiger moest zijn. De Schepper heeft ongetwijfeld vele overuren aan haar besteedt, want behalve beeldschoon was ze ook nog eens  bijzonder fraai geschapen.

Onderwijl had ik de situatie in ogenschouw genomen; hier moest kordaat worden opgetreden. Het was een kwestie van leven of dood. Het was duidelijk dat de dame in kwestie een ernstig tekort had aan zuurstof en hier hielp slechts een remedie: mond-op-mond-beademing.

Na deze handeling (niet geheel tot mijn ongenoegen) een aantal minuten te hebben uitgevoerd kwam ze langzamerhand bij haar positieven. Ik gaf haar wat te drinken van mijn isotone dorstlesser en gaf haar mijn laatste mueslireep. Ik vertelde haar dat we vlakbij “het Stalen Ros” waren en inviteerde haar om ter plaatse verder op krachten te komen. Hierin stemde ze gewillig toe. Na van de ergste schrik te zijn bekomen vertelde ze dat ze na een ruzie met haar vriend gestresst van huis was gegaan. Hierdoor had ze eten noch drinken meegenomen, reden waarom ze de man met de hamer was tegengekomen. Ze bleek een fanatiek wielrenster en fietsen was voor haar een uitstekende uitlaatklep; tijdens het fietsen vergat ze alle zorgen en na een fikse tocht kon ze de dagelijkse beslommeringen weer geruime tijd aan.

Met een lach en een traan heben we de rest van de middag doorgebracht op het terras van “het Stalen Ros”. Uiteindelijk namen we, zij het node en met smart, afscheid en zijn we ieder onze eigen weg gegaan. Die middag zal ik echter nooit meer vergeten. Bij weer of onweer, elke zaterdagmiddag rijd ik dezelfde ronde als toen en verpoos even bij “het Stalen Ros”, in de hoop haar nogmaals te ontmoeten; die mooie Sonja met haar blauwe ogen en blonde krullen op die witte Gazelle; de perfecte combinatie van schoonheid, charme en gratie.

Jullie hebben haar vast wel eens gezien.

Wat is fietsen toch een mooie sport, nietwaar?

De Fransman

Terug naar Fietsverhalen.