Het feest kan weer beginnen

Beste lui, laat jullie niet misleiden door bovenstaande titel. Het is niet wat je denkt dat het is.

Of misschien toch wel. Ik weet het niet. Oordeel zelf maar. Ik ben namelijk een beetje over de rooie. Het gaat over het volgende:

Vroeger heben we in geen tien jaar een feest gehad en nu dreigt het een jaarlijks terugkerend evenement te worden. Werd er toen nog demokratisch over gestemd, tegenwoordig wordt het min of meer opgedrongen. Dat zullen we nog wel eens zien.

We zijn potdorie een fietsclub en geen carnavalsclub, al proef ik dat sfeertje de laatste tijd steeds meer binnen onze gelederen en dat vind ik tamelijk verontrustend. En het frappante vind ik dat het gros van de feestvierders bestaat uit personen die ik tijdens de training op maandag maar zelden zie.

Ik heb niets tegen een feest, begrijp me goed, maar het moet geen gewoonte worden.

De kosten van een feestavond overschrijden ruimschoots onze inkomsten. Dit geld kunnen we mijns inziens beter besteden aan zaken die direkt het fietsen of onze club ten goede komen, bijvoorbeeld aan kleding of aan (reserve)materiaal. Daar heeft iedereen (die fietst) wat aan, terwijl het geld voor een feestavond alleen maar ten goede komt aan enkele notoire feestvierders. Of betaal alle toertochten, inclusief benzine en consumpties, uit de clubkas.

Nogmaals: een feest is prima maar betaal het uit eigen zak.

Of ik het drastisch teruglopen van deelname aan toertochten eveneens in dit perspektief moet plaatsen is niet ondenkbeeldig. We zijn de naam WTC (Wieler Toer Club) nauwelijks waardig. Slechts een handjevol deelnemers op een aantal van ruim 30 leden is (veel) te weinig. Een of twee  toertochten per seizoen trouwens ook. Wat dat betreft ben ik erg content met het instellen van een Toercommissie, alhoewel ik uit eigen ervaring weet dat dit zeer ondankbaar werk is.

Diegenen die nooit deelnemen aan toertochten of denken dat 100 kilometer het einde van de wereld betekent, zouden zichzelf moeten afvragen of ze niet beter een sport kunnen beoefenen die minder vermoeiend is. Kegelen, biljarten of darten, bijvoorbeeld. In dat geval slaan ze twee vliegen in een klap; cafesporten hebben namelijk altijd iets feestelijks en hierbij gaat het ook niet om de sport zelf maar om de lol en gezelligheid.

Nou gezellig is een fietsclub zeker niet en hoort dat ook niet te zijn.

Nu hoop ik maar dat niemand zich persoonlijk aangesproken voelt, dat is niet de bedoeling.

In feite geldt het voor ons allemaal.

Wel hoop ik dat de intentie (de moraal) van dit verhaal duidelijk is: niet (of minder) ouwehoeren, maar meer (of harder) fietsen potdorie. Fietsen tot we van ellende scheel gaan zien. Fietsen tot het snot ons de oren uitkomt. Fietsen tot we erbij neervallen. Fietsen tot ze ons van het asfalt moeten schrapen. Want waar doen we het eigenlijk voor? Toch voor de kick die we krijgen als we Luik – Bastenaken – Luik (kun je dat eten?) hebben volbracht? Toch voor de kick die we krijgen als we iemand uit het wiel hebben gereden (het liefst je grootste vijand, maar als het moet je beste vriend)? Toch voor de kick die we krijgen als we de sprint bij het vliegveld hebben gewonnen (helaas niet voor iedereen weggelegd)?

Als je deze vragen negatief moet beantwoorden wordt het inderdaad de hoogste tijd om tot bezinning te komen en je af te vragen of wielrennen wel de juiste sport voor je is.

Zoals gezegd: het feest kan weer beginnen. Of niet soms?

De Fransman

Terug naar Fietsverhalen.