De wereldreis

Begrijpen jullie die lieden die een goedbetaalde baan opzeggen, huis en haard verkopen en familie, vrienden en kennissen achterlaten om een wereldreis te maken met slechts een volbepakte fiets als metgezel? Dit fenomeen wordt tegenwoordig ook wel “levensloopregeling” genoemd. Nou, ik niet hoor, ik moet er niet aan denken.

Stel je voor: je bent in Nepal, in de Himalaya, het dak van de wereld. Overdag is het er snikheet, ’s nachts bitterkoud. Plotseling hoor je een gesis (je eerste gedachte is dat je een slang hebt over-reden, want die dingen zijn zo gecamoufleerd dat ze niet opvallen), blijkt het voor de zoveelste keer je achterband te zijn. Zit er zo’n groot gat in dattie niet meer gerepareerd kan worden en helaas, het was je laatste. Zit er niets anders op dan in “the middle of nowhere” naar het volgende gehucht te lopen, meestal enkele tientallen kilometers verderop. En nu maar hopen dat er een “Halfords” is. In het ergste geval moet je de thuisbasis bellen en vragen of ze een nieuwe voor-raad banden op willen sturen. Vervolgens afwachten, hopen dat ze niet al te lang wegblijven, op de plaats van bestemming arriveren en dat het de juiste banden zijn. Of je derailleurwieltje heeft het begeven. Ik ben redelijk bedreven in vreemde talen, maar het Nepalees equivalent hiervoor heb ik nog niet gevonden. Het boekje “vakantie in Nepal” geeft helaas ook geen uitsluitsel.

Of je bevind je midden in de Sierra Nevada en terwijl je je afvraagt wie al dat zand daar heeft neergekwakt komt er een stel bandeleros op je af, roepend: “he gringo, your money or your life”. Nou reken maar dat als ze je money hebben, je lijf ook geen (dollar)cent meer waard is.

Of je gaat op excursie naar Alaska (poolexpeditie) om de Ola-fabrieken te bezichtigen. Na al die waterijsjes krijg je trek in iets sterkers en je zegt tegen zo’n eskima (vrouwelijke eskimo, of eski-moeder): “Schat, staat de Bokma koud? Of doe anders maar een Jägermeister, maar alleen als-ie ijs- en ijskoud is”. Blijkt toevallig net die dag de ijskast kapot te zijn. Daar word je toch gestoord van, als je het al niet bent of was? “Nou, doe dan maar een Taksi en neem er zelf ook een”.

Of je staat in Hong Kong, in de friettent waar ze meneer tegen je zeggen, een hele emmel Lemia leeg te vreten, komt er zo’n Vietnamese loempia op je af en probeert je een Fujyama, Matsushita, Kamasutra of hoe die rotdingen ook mogen heten aan te smeren. Probeer hem maar eens wijs te maken dat je juist om die pokkedingen bent weggegaan en alles hebt achtergelaten. Als het nou om een Daewoo ging; daar was ik onderhand wel aan toe, ja.

En dan heb ik het nog niet gehad over alle mogelijke ellende die je kan overkomen, zoals allerlei enge ziektes, oorlogen, natuurrampen, etcetera.

Ik moet er niet aan denken. Het zou niets voor mij zijn.

Begrijpen jullie die lieden?

Nou, als ik zo de hele dag in zo’n muf kantoor naar zo’n duf beeldscherm zit te koekeloeren (wat heel slecht is voor je ogen), als ik constateer dat er dit jaar ondanks een goede beoordeling weer geen promotie of salarisverhoging in zit (en ik me dus voor een paar rotcenten zit uit te sloven), als ik zo eens naar buiten kijk en zie dat het al dagen achtereen slecht weer is (en ik de edele wielersport toch niet kan bedrijven), als..........................................

Ja, dan begin ik het te begrijpen. Dan begrijp ik het heel goed zelfs.

Ik heb ook altijd al willen gaan, maar ik heb het lef niet.

Dus (dag)droom ik rustig verder.

De Fransman

Terug naar Fietsverhalen.