De kriebels

Er zijn veel dingen te bedenken waar wij, wielrenners, last van hebben. Allereerst van de meest voorkomende zoals: slechte wegen/fietspaden, verkeersdrempels, wegopbrekingen en omlei-dingen. Verder van lekke banden (die niet in een maisveld dienen achtergelaten te worden!), spoorwegovergangen en stoplichten, die altijd net dicht gaan of op rood springen als wij aan komen fietsen.  En tenslotte van loslopende honden, zondagsrijders en agressieve automobilisten. Fietsen als je zwaar getafeld hebt of als je de avond tevoren flink hebt gezopen is ook niet echt prettig, evenals lichamelijk ongerief aan je zitvlak zoals aambeien of steenpuisten.

Toch zou ik dit niet allemaal willen bestempelen als lastig, doch eerder als onaangenaam. Waar we echt last van hebben zijn die vervelende insecten. Van beestjes die in je ogen of in je mond vliegen. En van bijen en wespen die voor veel ellende kunnen zorgen.

Maar het allerergste is toch de processierups. Een rare naam overigens, processierups.  Heb ik nog nooit zien meelopen in een processie. Bidsprinkhanen en kerkuilen wel, maar een processierups? Nee. Misschien om dat ze te langzaam zijn?

Maar zonder gekheid: na een fietstocht heb ik enkele dagen verschrikkelijk veel last van jeuk en zit ik onder de bulten. Maar om daarvoor een hele diersoort uit te roeien gaat me net iets te ver. Voor het diertje zelf is het evenmin een pretje; het wordt door iedereen vervloekt en verwenst en met allerlei middelen bestreden, zelfs met grof geschut. Geloof me, het is zich van geen kwaad bewust en als het had geweten wat voor kwaad het zou aanrichten had het zichzelf van kant gemaakt (hoewel, dat is weer een ander rups geloof ik, de zijderups). Dieren zijn geen beesten! Een rups is trouwens toch al te beklagen. Het is een fout van de natuur, een lelijk creatuur, beperkt in zijn vrijheid, beroofd van zijn viriliteit. Het enige waar het toe in staat is is andere wezens tot last zijn. Gun het die lol. De jeuk en de uitslag gaan vanzelf weer weg en de natuur maakt haar fout meer dan goed want de slijmjurk verwordt tot een prachtig schepseltje: de vlinder. En niet zo maar een vlinder.

Hoewel de processierups allerminst te benijden is zou ik ogenblikkelijk willen ruilen. Zij denkt namelijk alleen maar aan sex (de rups is onzijdig, maar een vlinder is vrouwelijk denk ik, hoewel: een vrouw en vaak sex?). De processievlinder heeft slechts een taak en doet dit met niet aflatende enthousiasme en vol overgave. Ze stuift er op los dat het een feest is, zich niet storende aan aids en (on)veilige sex. Wat heet: het liefdesleven van een processievlinder is zo veilig als wat en er is nog geen dier aan aids gestorven. Wel door toedoen van de mens. En mensen sterven weer aan aids. Wie zijn dan de beesten? En dat heet liefde? Dierenliefde misschien? Of menslievendheid? Ter nagedachtenis aan alle processievlinders heb ik het volgende gedicht geschreven:

Zoals gewoonlijk in dit jaargetij
Heb ik het voorjaar in mijn kop
Als een vlinder dartel ik over de hei
En ga van bloementop naar bloementop

De Fransman

Terug naar Fietsverhalen.