Dameswielrennen

De laatste tijd ga ik wel eens naar dameswielrennen kijken. Dat vind ik eigenlijk de enige sport voor vrouwen aantrekkelijk om naar te kijken. Vecht- en krachtsporten vind ik typisch mannelijk (ook de vrouwen die deze sport beoefenen). Hardrijdsters op de schaats hebben van die kolossale bovenbenen en achterwerken. Hardloopsters zijn weer te mager en hebben derhalve ook niets vrouwelijks. En voetbalsters zijn meisjes die eigenlijk liever een jongetje hadden willen zijn. Wielrensters echter hebben een bepaalde gratie en charme. Ik vind het altijd een mooi gezicht die meiden op die racefietsjes. Bovendien krijg je van  fietsen mooie benen (kijk maar naar mij). Onlangs maakte ik tijdens de “Omloop van het Molenheike” te Diessen kennis met zowat de gehele nationale Amerikaanse damesploeg. Vooral met de latere winnares Bunky Bankaitis heb ik geruime tijd zitten kletsen. Het zijn normale, leuke en vooral gezellige meiden in leeftijd vari-erend van 18 tot 40 jaar; een mix van naieve kinderen, opstandige pubers en volwassen  vrouwen. In Amerika (en ik denk dat het overal geldt) wordt het dameswielrennen erg ondergewaardeerd. Meestal is er maar een miniem budget beschikbaar. De dames pendelen op en neer tussen Amerika en Europa en worden bij gastgezinnen ondergebracht. Hierdoor maken ze kennis met de plaatselijke bevolking, gebruiken en cultuur. Ze slapen soms in een boerenschuur en eten wat de pot schaft. Het spreekt voor zich dat deze toestanden soms nogal wat hilariteit teweeg brengt.

De trainingen op maandag- en/of donderdagavond ervaar ik steeds meer als een “verplicht nummertje”. Ik ben dan blij als het regent, een goede reden om niet te hoeven gaan. Altijd hetzelfde rondje en steeds dezelfde gezichten is niet bepaald motiverend. Het feit dat er geen dames meefietsen frustreert me nog het meest. Ik ben nogal gesteld op vrouwelijk gezelschap.

Let wel: dit heeft totaal niets te maken met seksisme, met vrouwen kan ik gewoon beter opschieten (soms ook op schieten). Die trainingen heb ik echter nodig om hard te kunnen fietsen, alleen lukt je dat toch niet en hardfietsen is nodig om je conditie te handhaven of, liever nog, te verbeteren. Dus blijf ik gewoon komen, hoewel soms met tegenzin.

Toch ga ik liever alleen. Je vertrekt en komt thuis wanneer je wilt, je bepaalt zelf je afstand en snelheid,  je komt nog eens ergens (anders) en ontmoet soms iemand om een praatje mee te maken, niet zelden iemand van het andere geslacht. Dat vind ik nou het mooiste; horen wat andere mensen bezighoudt, waarom ze fietsen en wat ze er zo mooi aan vinden. Bovendien is (sport)verslaggeving een hobby van me.

Onlangs reed ik twee goeduitziende dames achterop. Ik bleef een poosje achter ze rijden in de hoop een gesprek te kunnen beginnen. Ze fietsten echter zo langzaam dat ik er de balen van kreeg en een tandje groter schakelde om ze kwijt te raken. Dat lukte echter niet. Sterker nog: zij op hun beurt passeerden mij en wanneer met name de oudste van de twee op kop kwam werd er dermate doorgestoempt dat ik regelmatig naar adem zat te happen en behoorlijk moest afzien om bij te blijven. Op een gegeven moment raakte de jongste wat achterop en met moeite vroeg ik aan mijn medevluchtster: “moeten we niet even op je vriendin wachten”?

“Mijn vriendin?”lachte ze. “Dat is niet mijn vriendin maar mijn zoon”.

En ik had ze nog wel zo goed bekeken. Blijkbaar toch nog niet goed genoeg.

Daarbij zijn vrouwen moeilijk te doorgronden (mysterieus).

En dat willen ze volgens mij graag zo houden.

De Fransman

Terug naar Fietsverhalen.