Zomer

Eens per jaar (van oktober tot maart) ben ik in een mistroostige, depressieve bui. Dat komt door dat gure, natte, druilerige weer. Ik ben een echte schorpioen. Die kunnen daar niet tegen. Ik moet zon en warmte hebben. Mijn stemming is evenredig aan het weer; als het zonnig en mooi weer is ben ik in een opperbeste en vrolijke bui. Is het weer daarentegen slecht, dan is mijn stemming idem dito. Na een lange, strenge winter hebben we er lang op moeten wachten, maar gelukkig is het weer bijna zomer.

De zomer associeer ik met terrasjes pikken, aan het strand liggen, fietstochten maken, ijsjes eten bij de Italiaan en mooie vrouwen in luchtige kledij. ’s Winters zie je ze trouwens nooit. Waar bevinden ze zich dan? Houden ze soms een winterslaap?

Het doet me terugdenken aan mijn eigen jeugd (heel lang geleden) en aan de zomers toen. Aan de muziek waar ik van hield; Creedence Clearwater Revival en de Beach Boys. Waren de zomers vroeger niet veel mooier, warmer en langer? Dat geldt trouwens ook voor de winters; die waren streng, lang en onbesnut koud. Of keken we daar als kind anders tegenaan? In ieder geval was het leven niet zo gehaast en jachtig als nu. Van stress en burn-out hadden wij nog nooit gehoord.

Wij groeiden op in een rustige, veilige en beschermde omgeving. En wij waren heel erg braaf. De enige vorm van vandalisme die wij kenden bestrond uit het plukken van bloemen uit andermans tuinen, het zich ongeoorloofd en verdacht ophouden op de nieuwbouw (iets waar de latere bewoners ons erg dankbaar voor waren; ook zij vonden een open keuken of open trap maar niets en waren blij dat wij enkele muurtjes hadden bijgebouwd) en belletje trekken, alhoewel ik het laatste al niet meer in de categorie vandalisme wil rangschikken. En diegene die “tuut” durfde roepen tegen een politieagent was de held van de dag. Daar was wel erg veel lef voor nodig.

Wij hadden vroeger geen auto. Ten eerste waren wij te arm, ten tweede hadden wij geen geld. Bij mooi weer gingen wij ’s zomers altijd een eindje fietsen, meestal met de hele familie. Naar de Oirschotse hei, of zwemmen in het kanaal. Of we maakten lange wandelingen over de zandpaden, want wegen waren er toen nog nauwelijks in Best. Het was een behoorlijk eind lopen naar het Wilhelminadorp (wilde meiden dorp) of de Bata, althans zo leek het.

Als kind speelden wij altijd met een zelfgemaakt vlot op een van de talloze vennen, of we zaten op de hei, omringd door prachtige bloemenvelden en weelderige bramenstruiken. Soms kwamen we met grote veldboeketten bloemen of emmers vol btramen thuis.

Helaas is dat allemaal niet meer. Wat resteert zijn mooie herinneringen aan vervlogen tijden.

Ik wil niet moraliseren, maar het is er allemaal niet beter op geworden. De lucht is niet meer zo helder vanwege luchtvervuiling (om nog maar te zwijgen over het gat in de ozonlaag), zwemmen in het kanaal kun je vanwege de pollutie allang niet meer, flora en fauna in het wild zijn zo goed als verdwenen en op de radio hoor je nagenoeg niets anders dan techno, house, rap en hip-hop en daar wordt je zeker niet vrolijk(er) van. En dit zijn nog maar kleine problemen in vergelijking met de werkelijk grote wereldproblemen zoals oorlog, milieu, racisme, criminaliteit, etcetera.

Maar misschien zie ik het vanwege mijn melancholieke stemming, veroorzaakt door het druilerige weer, allemaal te somber en negatief in en wordt het alsnog een te gekke zomer.

En anders maken we er (met z’n allen) toch iets moois van?

De Fransman

Terug naar Fietsverhalen.