Het Jo-Jo effect (2)

Mijn vriend Jo is erg innovatief wat betreft de nieuwste ontwikkelingen in de wielersport. Als er iets nieuws in de handel is kun je er vergif op innemen dat Jo het al heeft uitgeprobeerd. Waarschijnlijk heeft dat te maken met zijn werk; hij is onderhoudsmonteur bij de PZEM.

Jo had al een ossekopstuur voordat het überhaupt te koop was. Het geheel zat zeer vernuftig in elkaar. Zijn racefiets had een normaal, recht stuur waarin hij gaten had geboord. Daarop monteerde hij een omgekeerd racestuuur met aangelaste boutjes die precies in de gaten van het andere stuur pasten. Het gehele systeem zat met vleugelmoertjes vast en dus geheel demontabel. Het racestuur zat iets hoger en verder zodat Jo in diverse houdingen kon zitten, de onderarm optimaal steunend.

Toen Jo hoorde dat ik uit Best kwam wist hij zich te herinneren dat hij daar nog een verre nicht had wonen die hij al heel lang niet meer had gezien. Die zouden we een bezoekje gaan brengen. Na langdurig uitstellen gingen we tenslotte op weg. We hadden er de hele dag voor uitgetrokken en zouden een groot gedeelte van de Kempenroute rijden, zodat we vanzelf Best aandeden.

We zouden het rustig aan doen en daar waar het gezellig was een terrasje pikken. Het was die dag prachtig weer en overal gezellig. In Budel, in Hamont, bij de paters in Achel, op de markten in Eersel en Oirschot. En overal heben we de plaatselijke pinten geproefd. Het Belgische bier beviel ons het beste.

Niet eerder dan vier uur in de middag arriveerden we in Best. Jo en zijn nicht hadden heel wat bij te praten en ongemerkt raakte onze tijd (en het bier) op en ik spoorde Jo voor de zoveelste keer aan om een eind aan het gesprek te maken en op te stappen want we hadden onze echtgenotes beloofd op tijd terug te zijn voor het avondeten.

Bovendien moesten we nog een stuk Kempenroute afleggen. Toen we onze rijwielen bestegen hebben we daar maar meteen van afgezien. We hadden teveel bier op. Erg lekker, maar funest voor de conditie. Het steeg ons naar het hoofd en zakte in onze (wieler)schoenen.

We hebben toen maar de kortste weg naar huis genomen, via Eindhoven en Geldrop.

Tijdens onze afwezigheid hadden ze de naam van de camping blijkbaar veranderd, het heette nu “Peelzicht”. Wat kon het ons ook schelen, we waren allang blij dat we er waren. Nu lijken caravans en tenten allemaal op elkaar, maar het kwam ons toch allemaal tamelijk onbekend voor. Na een poosje kwam Jo tot de conclusie dat dit de verkeerde camping moest zijn. Zelf had ik nog niet aan die mogelijkheid gedacht. Bij navraag bleek inderdaad dat we op een camping in Someren terecht waren gekomen. We hadden in Heeze blijkbaar de verkeerde afslag genomen (hoezo blik op oneindig en verstand op nul). Op dat moment besloten we om tijdens een fietstocht geen bier meer te drinken. Om deze plechtige belofte te bezegelen (en om het af te leren) namen we er nog maar een. Daarna maakten we ons klaar om het laatste stukje terug te fietsen.

Het was al donker toen we deze keer wel op de goede camping arriveerden, onze echtgenotes uiteraard kwaad en de honden met een dikke pens van wat waarschijnlijk ons avondeten was geweest. We hebben toen maar meteen onze brits opgezocht om onze roes uit te slapen.

Onze belofte om tijdens een fietstocht het bier af te zweren hebben we echter niet kunnen houden. Daarvoor is het toch te lekker.

De Fransman

Terug naar Fietsverhalen.