Eetgewoonte

Als ik niet oppas en mijn (slechte) eetgewoonte niet drastisch verander dreigt mijn lichaam exorbitante vormen aan te nemen en begin ik eruit te zien als Billie Turf. Wat is namelijk het geval? Mijn streefgewicht is overschreden. Deze is eens door de computer bepaald op 72 hele kilogrammen, schoon aan de haak. Lengte maal gewicht gedeeld door leeftijd of zoiets. Dat kwam goed uit want ik woog altijd al om en nabij de 72 kilo’s, daar hoef ik nauwelijks iets voor te doen, alleen eten en fietsen. Na de maandagse of donderdagse training fiets ik er 2 kilo af en weeg dan nog 70 kilo. Dat moet ik door veel en regelmatig eten weer zien aan te vullen tot 72 (maar dat is geen probleem). Na de volgende training weer 2 kilo eraf, weer eten, enzovoorts. Steeds hetzelfde patroon. Tot zover niets aan de hand.

Het gaat echter mis als je een paar dagen niet fietst en toch dezelfde eetgewoonte hanteert.

Mijn dagelijkse voedselinname ziet er als volgt uit: ’s ochtends als ontbijt een glas sinaasappelsap (liefst vers geperst), een bord cornflakes en koffie. Om ’n uur of tien, half elf neem ik ’n boterham. Of ’n stuk gebak als er iemand jarig is. Tijdens de pauze nuttig ik een cup-a-soup, nog ’n boterham, ’n halve liter karnemelk en een appel of banaan. Meestal ook nog ’n lekkere, vette snack. ’s Middags om ’n uur of drie heb ik weer trek en eet ik nog ’n boterham of een koek. Daarbij uiteraard de nodige kopjes koffie per dag. Ik kan niet fietsen met ’n volle maag, dus als ik ’s avonds ga fietsen eet ik ’s middags warm, voor het fietsen een licht verteerbare maaltijd en na het fietsen neem ik ook nog het een en ander tot me.

Zoals gezegd: het werkt prima als ik normaal train, maar het is teveel van het goede als ik de edele wielersport niet beoefen. In dat geval wordt de niet verwerkte brandstof omgezet in vet en dat is niet goed. Ik heb overigens niet vermeld dat het beleg altijd dubbel-op is. Banaan met honing of stroop. Kaas met jam. Ham met mayonaise. Knakworstjes met mayonaise en ketchup. Paturain met sla, salami, komkommer en tomaat. Bovendien ben ik gek op ijs en chocolade.

Geen wonder dus dat de naald van de weegschaal neigt uit te slaan richting 80.

En dat is nog niet alles. De laatste tijd ga ik regelmatig met een zakenrelatie dineren. Niet erg hoor, ik ben een groot liefhebber van de haute cuisine en een echte Bourgondiër. Maar deze culinaire capriolen bestaan meestal uit gebakken aardappels, aardappelkroketjes of patates frites en worden rijkelijk voorzien van romige, vette sauzen of exotische dressings. Dat zo’n feestelijke dis begeleid word door een goede fles wijn spreekt voor zich. Alleen het aanschouwen al van al die kostelijkheden doet je bloeddruk schrikbarend stijgen en het cholesterol komt je bij wijze van spreken de neusgaten uit (soms zelfs letterlijk).

Een dergelijke eetgewoonte past een wielrenner niet.

Na zo’n Bacchanaal voel ik me dan ook schuldig en zou ik die overvloedige maaltijden willen ruilen tegen “ eenvoudige” wielrennerskost zoals een pan ranzige spaghetti. Of een schaal met boerenkool met worst. Of een bord hutspot met klapstuk. Hete bliksem met bloedworst. Erwtensoep met roggebrood en zure zult?

Nee, doe bij nader inzien toch maar niet. Geef mij maar ganzeleverpastei, gevulde kwartels, krabcocktail, gepocheerde zalm, kreeft, chateaubriand, tournedos, oesters, kalfszwezerik en dame blanche of banane royal als dessert. Het liefst van alles een beetje.

Dan neem ik dat surplus aan cholesterol, die paar overtollige ponden en dat buikje wel voor lief. Eet smakelijk, of zoals men in gastronimische kring placht te zeggen: bon appetit!

De Fransman

Terug naar Fietsverhalen.