Een tropische verrassing

“Got a black magic woman”. Sinds kort loop ik dat de hele dag te zingen.

Ik heb een zwak voor gekleurde vrouwen; zwart, bruin, geel, rood, het maakt niet uit. Ze zijn lief, vrouwelijk, modieus, goed verzorgd, kunnen lekker koken en zo kan ik nog wel even doorgaan. Maar er gaat niets boven een tropische verrassing gehuld in Hollandse chocolade.

Mijn vorige vriendin was Antilliaanse, heette Myrthe en was 30 jaar (ik was toen 47).

Je ziet op tv soms ontzettend mooie vrouwen. Maar die zijn zo onwerkelijk, zo onbereikbaar. Dergelijke vrouwen kom je in het echt zelden tegen en als je ze tegenkomt zijn ze omringd door mannen, aan elke vinger ’n stuk of tien. Bovendien betreft het meestal verwaande bitches,  gewend alles te krijgen wat hun hartje begeert.

Myrthe was zo mooi, maar niet verwaand. Ze was chic gekleed in een donkerrood pakje (korte rok en blazer), mooi opgemaakt en versierd met (net niet te veel) goud. Vrouwelijkheid ten top. Ik maakte haar meteen een complimentje met haar uiterlijk, iets wat vrouwen meestal toch wel op prijs stellen, maar dat vond ze niet zo leuk. “Ik ben toch niets bijzonders” zei ze. “Min benen zijn te dun en te lang en mijn neus en borsten zijn te groot”. Ik was het hier niet mee eens. Voor mij zag ze er perfect uit. Ik mocht wel zeggen dat ze lief, aardig en intelligent was, maar niets over haar uiterlijk. Ze werd zelfs doodziek van al die aandacht van mannen.

Mij deed het natuurlijk wel goed. Het streelde mijn ego, mijn mannelijkheid. Ik, met zo’n beauty uit eten en naar de film. Ik zag de mannen allemaal omkijken als wij voorbij liepen en ons aanstaren in de bioscoop. Het kwijl droop bij wijze van spreken uit hun monden. Wellustige blikken op haar gericht en jaloerse op mij. Zo’n blik van: hoeveel geld heb je daarvoor neer moeten tellen? Niets, heren, helemaal niets! Tijdens de film bleek hoe onschuldig en naief Myrthe was. Bij sex-scenes (stelde niet eens veel voor) keek ze de andere kant op en bij gewelddadige scenes schrok ze en pakte ze me stevig vast.

We zijn nog wel een paar keer uit geweest, maar een relatie is er echter niet van gekomen.

Wel met Carmen, mijn huidige vriendin. Ze komt uit Suriname en heeft Chinees, Hindoestaans, Javaans, Indiaans, Arabisch en Hollands bloed. Van alles het beste. Carmen bruist van energie en is hyperaktief. Net ’n jonge hond. Ik word er (soms) doodmoe van. Ze staat ’s ochtends heel vroeg op (tussen vier en zes), gaat eerst staan dansen en touwtjespringen en doet dan een uur lang gymnastiekoefeningen. Tegen de tijd dat ik opsta heeft ze pannekoeken gebakken, sinaasappels geperst, koffie gezet en de tafel gedekt. Dan begint ze tegen me aan te praten, terwijl ik last heb van ochtendhumeur. Ook uitslapen is er niet meer bij; om ’n uur of acht vind ze dat ik wel genoeg heb geslapen en begint dan heel subtiel met deuren te slaan. Desondanks (of dank zij dat) hebben wij een fijne relatie en ontzettend veel lol samen. Carmen is vreselijk spontaan en flapt er soms iets uit waardoor we de slappe lach krijgen en bijna niet meer bijkomen. Bovendien is ze intelligent (ze is onderwijzeres) en een liefdevolle en zorgzame moeder.

En................Carmen kan fietsen. We hebben een mountainbike en racefiets voor haar gekocht en ze is hartstikke fanatiek. Ik moet haar in toom houden, afremmen, want het liefste zou ze al om zes uur in de ochtend gaan fietsen. En het liefst tweemaal per dag. Maar daar trappen wij mooi niet in. We bouwen het rustig op zodat ze straks met de “langzame” ploeg mee kan (om te beginnen). Ik ben hartstikke trots op mijn goedoe, mijn sweettie, mijn bruine suikertje.

“Brown girl in the rain, tra la la la la”.

De Fransman

Terug naar Fietsverhalen.