Dat had je gedroomd



Eindelijk was het dan zover. Maandenlang hadden we naar deze tocht uitgekeken en we hadden ons ruim op tijd ingeschreven zodat we van deelname verzekerd waren. Ook moesten we op tijd opstaan en vertrekken, wilden we tenminste aan het (gratis) ontbijt deelnemen. En dat wilden we natuurlijk wel alhoewel het woord ontbijt hier niet echt op zijn plaats was. Deze bestond namelijk uit: erwtensoep met roggebrood en zure zult, biefstuk met rijst en bruine bonen (vandaar Christ) en griesmeelpudding als toetje. Voorwaar een goede maagvulling voor een zware toertocht van 260 kilometer. Na het ontbijt was er nog voldoende tijd en gelegenheid om je te (laten) masseren, te douchen, nog even te rusten of zomaar wat te lanterfanten (wat de meesten van ons deden).

Om negen uur werd het startschot gegeven van de meest zonderlinge toertocht waaraan we ooit als club hebben deelgenomen.

Het vertrek op zich was een enorm kleur- en fantasierijk schouwspel; iets dergelijks had ik tijdens mijn loopbaan als wielrenner nog niet meegemaakt. Aan de start stonden (in dit geval zaten) bejaarden in rollators, dwergen op driewielers, lelijke, dikke wijven op crossfietsen, Siamese tweelingen op tandems, militairen op mountainbikes (m&m’s), ongehuwde moeders op ligfietsen, homo’s op trackingfietsen en nog zo’n tiental zonderlinge combinaties meer. Naar schatting waren er zo’n kleine duizend deelnemers.

Het startschot werd gegeven door kleiduivenschutter en veelvoudig Olympia-ganger Erik Swinkels. Men wilde kennelijk alle risico’s vermijden dat iemand per ongeluk werd geraakt. Helaas, Erik heeft zijn beste tijd gehad; de eerste slachtoffers vielen reeds.

Gedurende de eerste kilometers werd er tempo gemaakt door de lelijke, dikke wijven. Zij kwamen uit voor de ploeg SINA (Schoonheid Is Niet Alles), gesponsord door Laura Ashley. Achter die omvangrijke derrieres zat je vrijwel uit de wind, hoewel toch nog regelmatig een enorme passaat werd waargenomen, deze keer voor de verandering nou eens niet afkomstig van Christ. Door uit de wind te zitten konden wij onze krachten sparen tot het moment dat er een beroep op werd gedaan. Dat was al vrij spoedig.

Wij van Velocitas hadden de wedstrijd (want dat was het) aardig onder controle. Dit kwam hoofdzakelijk door toedoen van Cees die zoals gewoonlijk niet van de kop was weg te slaan, hoe vaak men dat ook probeerde.

Tijdens de afdaling van een berg van de  1e categorie kregen we pech. Christ kreeg zijn zoveelste lekke band en een dwerg die hem niet had gezien reed pardoes met zijn driewieler over hem heen. We maakten de dwerg een kopje kleiner (dat scheelde meteen de helft) en kieperden hem de afgrond in (een scheur dat die mennekes kunnen opentrekken, niet meer normaal), terwijl Christ zich de driewieler toe-eigende.

Door dit voorval hadden we echter een fikse achterstand aan onze (wieler)broek gekregen. Dank zij ons voortreffelijk ploegenspel waren we weer spoedig bij de hoofdmacht, hoewel met name Christ toch tamelijk had afgezien op zijn driewieler. De dwergen, gesponsord door het merk pindakaas waarmee Joop Zoetemelk groot is geworden en Evert van Benthem tot tweemaal toe de Elfstedentocht heeft gewonnen zaten ons de rest van de wedstrijd behoorlijk dwars, gefrustreerd geraakt door eerder genoemd voorval. Het duurde nog een hele poos voordat we ze stuk voor stuk van de weg hadden geknikkerd, taai als die mannekes zijn.

De wedstrijd werd nu trouwens toch steeds grimmiger. De militairen hadden hetzelfde gedaan met de bejaarden in de rollators, zodat het peloton al aardig werd uitgedund. 

Door een tussensprint kwamen Fred, Frank en ik in een kopgroep terecht met daarin onder meer: Jan Jansen, Frans Jansen, Jan Fransen, Peter Pieters, Steven Rooks, Steven Roche, Elli, Lelli en Belli, Black en Decker, Eddy en Axel Merckx, Louis en Lance Armstrong, Paul de Leeuw (op ’n fiets zonder zadel), Pamela Anderson (op dat moment drager van de bolletjestrui), Sneeuwwitje, (kopman-ehm-vrouw,  en nog enig overgebleven lid, van de dwergen) en Britney Spears van de ploeg “Ongehuwde Moeders” gesponsord door Durex.

Omdat wij met ons drietjes waren deden we uiteraard geen kopwerk en we lieten ons rustig  meeslepen. Daardoor wisten de anderen bij voorbaat dat ze geen kans hadden en de uitlooppoging was derhalve gedoemd te mislukken.

Intussen hadden zich wederom enige incidenten voorgedaan. Tiny zag niets meer omdat zijn kop onder een dikke, vieze brij zat; hij had een bidon met Brintapap over zich heen gegoten, denkende dat het water was. Het gevloek, getier en geraas was niet van de lucht.

Christ was gevallen; hij was de macht over het stuur verloren en uit de bocht gevlogen. Zelfs op een driewieler kan hij zijn evenwicht niet bewaren.

Jos hadden we meteen vanaf de start niet meer gezien; hij had zijn snor gedrukt en zat nu waar-schijnlijk ergens in een kroeg achter een grote pot bier op ons te wachten.

Hans zat steeds te schreeuwen dat we harder moesten fietsen en vaker de kop moesten over-nemen, maar zelf hebben we hem niet op kop gezien.

De alleenstaande vaders hadden zich ontfermd over de ongehuwde moeders en de militairen waren gedeserteerd (zitten nu in Afghanistan)

Het werd nu een ware uitputtingsslag en de kansen op een overwinning voor onze ploeg groeiden met de minuut en met de kilometer.

Frank probeerde er steeds tussenuit te piepen, Ben zat zoals altijd te linkeballen en Kees moest steeds plassen, kortom het gebruikelijke, nerveuze gedoe voor een op handen zijnde massasprint. Door Cees die het tempo ongenadig hoog hield en onze voortdurende tempoversnellingen hadden we van de andere ploegen niets meer te vrezen.

In het zicht van de finish hadden we nog een handicap te nemen, namelijk een spoorweg-overgang, die natuurlijk net dicht ging toen wij er op af stormden. Er passeerde een trein met vroegtijdig teruggekeerde wintersporters (en dat midden in de zomer); er bungelden allerlei verbonden en gespalkte ledematen uit de ramen. Het kunnen natuurlijk ook Bosnische vluchtelingen zijn geweest.

Gek, de bel bleef maar rinkelen terwijl de trein allang uit het zicht was verdwenen.

Heel langzaam dringt het tot me door dat het geluid niet afkomstig is van de bel van de spoorweg-overgang, maar dat mijn wekker mij attendeert op het feit dat de dageraad is aangebroken en het tijd is om op te staan. Blijk ik al die onzin te hebben gedroomd. Sodeju, ik ben al doodmoe voordat ik nog maar een beweging heb gemaakt en mijn slaapkamer is een grote puinhoop.

Maar het allerergste van alles is dat niemand mijn glorieuze overwinning heeft kunnen meemaken, daarmee aan alle twijfels over de vraag wie nou de beste sprinter is voorgoed een einde makend. Moet ik het toch tijdens de wekelijkse training bewijzen.

De Fransman

Terug naar Fietsverhalen.