Knieblessure

Aan het ontstaan van knieklachten ligt vaak (over/repeterende)belasting aan ten grondslag welke zich kan uiten in de volgende blessures:

  1. Irritatie van de patellapees (kniepees) 
  2. Tractus iliotibialisfrictiesyndroom (peesblad aan de buitenzijde van het bovenbeen)

Irritatie van de patellapees
De oorzaak van deze klacht is vooral overbelasting. Er is vaak geen ontsteking meer aanwezig, maar verandering van het peesweefsel. Vaak heeft de patiënt pijn bij het starten van het fietsen, maar later gaat het beter. Als de peesirritatie in een verder gevorderd stadium is, kan er ook pijn ontstaan tijdens het fietsen (9).

Intrinsieke factoren:

  • Verkorting van de Quadriceps en/of hamstrings (bovenbeenspieren), waardoor er harder aan de pees wordt getrokken (9).
  • Een X-of O-stand van de knie geeft een verkeerde trekbelasting op de pees (5).
  • Beenlengte verschil. Het kortere been werkt vaak harder, waardoor de pees sneller overbelast raakt (5).

Extrinsieke factoren:

  • Te grote trainingsintensiteit (2, 9).
  • Te hoog of te laag zadel geeft een te kleine of te grote kniehoek om kracht te leveren (1, 3)
  • Te lange crancks (pedaalarm. Hierdoor wordt de hefboom om kracht te leveren langer, waardoor de belasting op de knie groter wordt (1, 3). 

Preventie:

  • Een juiste fietsafstelling (5).
  • Een goede trainingopbouw (5, 9).
  • Voor preventief rekken van Quadriceps en de hamstrings
  • Zorgen dat de pees sterk genoeg is door een specifiek trainingsprogramma (excentrisch) (9).
  • Zorgen dat de spierpeesovergang elastisch genoeg is, middels rekken (10).
  • Beenlengte verschil opheffen middels een zooltje (5). 

Irritatie van het patellofemorale gewricht
Dit klachtenbeeld is nog moeilijk te doorgronden. Symptomen zijn vooral pijn aan de voorkant van de knie. Deze pijn kan schade aanduiden van de kraakbeen van het patellofemorale gewricht, het vetlichaam onder de patella en de mediale en/of laterale retinaculae (steunweefsel) (18).

Intrinsieke factoren:

  • De patella (knieschijf) spoort niet goed (13).
  • Verzwakking van de Quadriceps (13).
  • Een X-of O-stand van de knie geeft een verkeerde trekbelasting op de pees en daardoor een verkeerde patella-sporing (5).

Extrinsieke factoren:

  • Te grote trainingsintensiteit (13).
  • Te hoog of te laag zadel, waardoor de druk op het patellofemorale gewricht te groot wordt (5).
  • Te lange crancks. Hierdoor wordt de hefboom om kracht te leveren langer, waardoor de belasting op de knie groter wordt (1, 3).

Preventie:

  • Een juiste fietsafstelling (5, 13).
  • Een goede trainingsopbouw (5, 13).
  • Een goede spierkracht en lengte van met name de Quadriceps (13).

Tractus iliotibialis frictiesyndroom
Er ontstaat frictie(wrijving) van de pees van de tractus over de laterale femur epicondyl (knobbel aan de buitenzijde van het bovenbeenbot)(7, 8). Symptomen zijn een pijnlijk en brandend gevoel aan de buitenzijde van de knie. Vaak is de buitenkant van de knie ook druk pijnlijk (7).

Intrinsieke factoren:

  • O-stand van de knie (7, 8).
  • Het verschil tussen de kracht van hamstrings en Quadriceps is te groot (8).
  • Kracht van de heupabductoren (spieren aan de buiten-/achterzijde van heup) is verminderd (8).
  • Beiderzijdse spierzwakte van de kniebuigers en strekkers (8).
  • Beenlengte verschil (7).

Extrinsieke factoren:

  • Te hoog zadel of een zadel wat te ver naar achteren staat (7).
  • Foute afstelling van de voetplaatjes. Meer naar buiten gedraaid staan van het onderbeen of te ver naar achteren geplaatst plaatje (7).
  • Te grote trainingsintensiteit (7).

Preventie:

  • Een juiste fietsafstelling (7).
  • Een goede trainingsopbouw (7, 8).

Terug naar Blessures & Verzorging.