Handklachten

Handklachten
Een klacht die regelmatig bij wielrenners voorkomt is inklemming van de n. ulnaris (een zenuw)(6, 20). De klachten die kunnen ontstaan zijn tintelingen, een doofgevoel in ringvinger en pink en/of krachtsverlies in de duim en zijwaarts bewegen van de vingers (6, 20). Ook kan er inklemming ontstaan in de carpale tunnel (een soort tunnel bij de handpalm, waar zenuwen, pezen en bloedvaten doorheen lopen) (3, 5), maar dit komt minder vaak voor dan een inklemming van de n. ulnaris (6, 20). Symptomen hiervan zijn tintelingen in de duim, wijs-, middel- en ringvinger en krachtsverlies in de duim (20).

Intrinsieke factoren:

  • Bij een armlengte verschil is de druk niet gelijkmatig verdeeld, waardoor er op 1 arm meer druk kan staan (5).
  • Wanneer een renner gevoelig is voor Carpaal Tunnel Syndroom (CTS), is de kans dat hij/zij handklachten krijgt ook groter (3, 5).

Extrinsieke factoren:

  • Bij een te hoog zadel neemt de druk op de handen en polsen toe (3, 5, 6).
  • Ook kan men door het langdurig in 1 houding zitten, meer klachten krijgen van gevoelloze handen (5, 6, 20).
  • Slecht stuurlint/weinig polstering (6).
  • Slechte handschoenen/idem (6, 20).

Preventie:

  • Juiste afstelling van de fiets (6).
  • Goed stuurlint (6).
  • Goede fietshandschoenen (gelkussen)(6,20).

Terug naar Blessures & Verzorging.